La Habana-Bienvenido en Cuba

July 23, 2016 No Comments

La Habana-Bienvenido en Cuba

July 23, 2016 No Comments

Estimated reading time: 41 minute(s)

¡Hola de Cuba!

En touch down! We zijn geland in Havana, hoofdstad van Cuba. In de aankomsthal sta ik oog in oog met een batterij immigratiehokjes. Señor Torres is zeker de aardigste niet, maar uiteindelijk zijn ook zijn vragen op en alle antwoorden gegeven. “Klik”, een automatische deur gaat open en ik mag door. “Bienvenido en Cuba”. Wat direct opvalt is dat al het luchthavenpersoneel vrouwelijk is, gestoken in kaki uniforms met netkousen.

Vanuit de gestandaardiseerde moderne vliegtuigcabine ben ik de onvoltooid verleden tijd binnen gestapt. Cuba staat al jaren boven aan mijn reiswensenlijst. Onvoorstelbaar dat ik er nu echt ben. Dat het echt bestaat. Is het wel echt? Ik zit bij het raam van de bus, met mijn neus tegen het glas geplakt. Ik knijp regelmatig even mijn ogen dicht. Als ik ze weer open doe zie ik nog steeds hetzelfde. Ik heb het gevoel dat het filmdoek een keer moet vallen. Maar het gebeurt niet. Vervlogen tijden zijn hier nog ontzettend hedendaags. De rit naar het hotel is mijn eerste kennismaking met deze nieuwe oude wereld. De nieuwsgierigheid is aangewakkerd, en niet zo’n beetje ook.

Een duik in het verleden

image

Geland in Havana en weer zes uur jonger. Dus nog lang geen bedtijd. Toch gaan slapen zal onvermijdelijk leiden tot ontwaken in het holst van de nacht, dus wordt de dag met lichte tegenzin nog een paar uur langer doorgetrokken. Vechtend tegen de gaap en met brandende oogjes installeren we ons bij een barretje met livemuziek. De vermoeidheid en de koele versnapering, brengen me in een lome roes. De klanken van de salsa en de temperatuur creëren een broeierige atmosfeer. Niet per se onaangenaam. Maar de vermoeidheid overwint en dus toch maar het hotelbed in.

Ayayayayay (en doe daar nog maar 350 gram caramba’s en een half pond dios mio’s bovenop), wat een land zeg, Cuba! Havana ontdekkend val ik van de ene verbazing in de andere.

Hasta la victoria siempre’ Het staat er écht, levensgroot op een muur, met het portret van Che Guevara erbij.

IMG_6484

Drove my Chevy to the levee

Je wordt al vanaf het eerste moment met een soort teletijdmachine naar een plek geslingerd waar vroeger en nu op een bizarre manier door elkaar lopen. En dan heb ik het niet alleen over de oude Amerikaanse karren, waarvan ik dacht dat er nog slechts een dozijn in roulatie waren om toeristen in rond te rijden en mooi op foto te staan wezen. Nee, je ziet ze hier werkelijk constant en overal: de Dodges, Plymouths, Oldsmobiles, Buicks, Pontiacs, Consuls en Chevrolets, de ene gedeukt en verroest, de andere fier blinkend, alsof hij net van de band is gerold. Maar stinken uit hun uitlaat doen ze allemaal (échte auto’s weten waarom) en veel lawaai maken ook. Al die auto’s, ze zouden bij ons voor kijkfiles zorgen.
Toys for girls want als ik zo 4 of 5 van die vijftigplus-beautés aan een verkeerslicht zie staan, dan smelt ik helemaal, krijg zowaar klamme handjes en vraag me af of er ooit nog een tijd zal komen waarin de automobielindustrie terug voor (een bepaald soort van) esthetiek gaat en weer streeft naar overbodig moois, zoals: veel te grote bumpers, haaienvinnen die uitsluitend werden ontworpen om er buitenmaatse achterlichten in te huisvesten, chroom alom, merknamen die om aandacht roepen zoals de calico’s der cinema’s van toen en wellustig golvende vormen waardoor die stoere bakken toch weer iets wulps vrouwelijks krijgen. In het Engels zou ik het kunnen uitdrukken als, I’m estrogen charged.
Het is bijna jammer dat nog niet zolang geleden Raúl Castro de invoer van auto’s heeft opgeheven, want Cuba moet door de economische malaise komen. Die mooie auto’s mogen echt niet uit het straatbeeld verdwijnen, want ze zijn echt een meisjesdroom. Ik kijk mijn ogen uit naar al die museumstukken. Alle kleuren en vormen komen voorbij en ik, ik mocht zelf met zo’n classic meerijden. Ik heb echt de neiging moeten onderdrukken om die beauty niet te aaien.

Wàt een belevenis! Autogordels of zijspiegels? Nergens voor nodig. De vering gaat van hier tot aan Caraibische zee (als je dat van op een afstand ziet, werkt het acuut op je lachspieren), maar toch voelt het alsof de wielen van hout zijn. Bij elk heuveltje denk ik: die gaat nooit bovenkomen… De auto proest en sputtert aan alle kanten. Zodra de motor start kleurt de straat wat donkerder. Er komt een lucht uit de auto’s waarvan de vogels van het dak vallen. 99% van alle auto’s op Cuba zou afgekeurd worden mochten ze ooit een autokeuring invoeren op het eiland. Gelukkig hebben ze dan het paard en wagen nog..

Maar de rit is meteen volop Cuba. Overal zijn muurschilderingen van Che Guevara, los 5, Fidel y Raul en de onafhankelijkheidsstrijder Jose Martí. De palmbomen zijn zo hoog als flatgebouwen. Er zijn oude huisjes met alleen maar hekjes eromheen. Ik zie paard-en-wagens, fietstaxi’s. Het gras in de berm wordt gekapt met een hakmes, terwijl een ezeltje met kar rustig staat te wachten. Overal lopen mensen in bruine of groene werktenues.

image

Maar, zoals gezegd, het zijn niet alleen die aftandse sleeën, het gaat om een sfeer, een nooit gezien je-ne-sais-quoi, zoals de verpleegsters: niet in blauwe, groene of cliniclown-outfit, maar in het parelendste wit ooit én met zo’n nóg witter pateekes-kartonnetje op hun haren dat ik sinds Peyton Place niet meer gezien had (Peyton Place was een zwartwit tv-feuilleton – google maar even). “Pikant” verschil is dat deze verpleegsters, en zowat alle vrouwen (maatje 36 tot maatje 88) die een enigszins officiële functie bekleden (van douane-beambte tot wc-madam) hun tot op grote hoogte aan de buitenlucht blootgestelde benen, hullen in uiterst spannende fishnet-stockings, waar zelfs een professionele visser zich in zou verliezen.

Het verkeer, zo anders dan weer dan in Vietnam. In Vietnam moest je, als je tenminste dezelfde dag nog de straat wilde oversteken, gewoon gaan. De auto’s en scooters vermijden jou wel. Hier zijn de auto’s de heer en meester van de straat. Voetganger zijn is een risico nemen. Als je de straat probeert over te steken zonder dat het eigenlijk mag, trappen de autobestuurders nog wat harder op hun gaspedaal. De rook in de uitlaatpijp ontneemt je dan elk zicht en levert je spontaan een hoestbui op. Elk land zijn gewoonten.

Met gevaar voor eigen leven

La Habana, Capital de Cuba, lijkt een groot fotoboek van 500 jaar historische gebouwen, straten, straatjes, plazas, fortificaties, kerken en kathedralen. Het is tegelijkertijd ook een tocht door je eigen persoonlijke geschiedenisboek. Je blijft maar bladeren en dwalen en foto’s nemen. Lopend, in een taxi of boven in de open dubbeldekker, met of zonder gids, in een open koetsje, in de ‘cocotaxi’, of de ‘bicitaxi’. De mengelmoes van mensen ‘dankzij’ de revolutie die Fidel Castro in 1959 begon, maken het plaatje af.

Tijdens onze omzwervingen door Havana, viel mij op dat Cubaanse mannen een hoog Denzel Washington-gehalte hebben, zowel in hun gelaatstrekken als in hun ietwat lijzig taalgebruik. De meisjes beginnen al van jongs af aan door hun neus te praten en dat nasale blijkt helaas alleen maar toe te nemen met de jaren. Voor de rest hebben de vrouwen hier een manier van lopen die ik tot op heden (en God weet hoe vaak ik het geprobeerd heb in de discretie van mijn kamer) niet konden doorgronden, laat staan imiteren. De borsten vooruit, de derrière achteruit, maar opvallendst in hun démarche: de buik die op een zeer prominente manier naar voren wordt gekanteld. De platte buik waar Westerse vrouwen zich voor te pletter fitnessen of failliet zalven is hier duidelijk geen schoonheidsideaal.

De Cubanen zijn enorm gehaaid. De vraag is niet of er geld van je wordt afgetroggeld maar voor welk bedrag dit gebeurd en hoe vaak. In Havana hoef je niet heen voor je rust. De persoon die niet taxi, cigar, souvenir, where you from, of photo? naar je roept kan je wel omarmen.

De fameuze hoofdstad Havana, waar naast klassieke Chevrolets en Cadillacs ook paard-en-wagens rijden door de nauwe straten, langs de kleurrijke koloniale panden, fraai gerestaureerd of juist fotogeniek vervallen. Havana is een zwoele levendige stad vol straat- en nachtleven, met cocktailbars waar ooit Ernest Hemingway zijn cuba libre’s dronk en met de boulevard Malecon, waar ’s avonds de locals samenkomen met hun flessen rum in de hand.
Zien drinken, doet drinken. La Bodeguita del Medio (wat ‘de kleine bar in het centrum’ betekent) en La Floridia zijn twee wereldberoemde kroegen. Het is de plek waar Hemingway inspiratie opdeed voor boeken als ‘The Old Man and the Sea’ en ‘Islands in the Stream’. Wat hij meestal deed onder het genot van behoorlijke hoeveelheden rum. Dus een ‘mojito’ hier is verplicht. En ook kan al kun je geen boek schrijven; er is een alternatief. Je kunt hier je naam op de muur schrijven, net zoals Hemingway dat deed. Een vers gemaakte mojito (rum, rietsuiker, munt, sodawater en ijs) smaakt in Havana toch echt anders dan waar ook. Verfrissend, koel en een traktatie voor de smaakpapillen.

Overal zie je mooie kleine koloniale gebouwen. En nergens vind je meer ritme dan op dit kleurrijke eiland op het grenspunt van de Caribische Zee, de Golf van Mexico en de Atlantische Oceaan. Muzikanten zijn – net als sigaren en yank-tanks, niet weg te denken uit het straatbeeld van Havana. De claves (ritmisch tikkende stokjes) en de raspende guayo (uitgeholde kalebas die wordt beschraapt met een stokje) herken je onmiddellijk. Ze lokken ons de gezellige tentjes en barretjes in. Dansen is voor de lokale bevolking dé uitlaatklep om te ontsnappen aan de sleur van alledag. Het heeft dus geen zin me, als a-ritmische Belgische, te verzetten en gooi dus mijn heupen maar los. Vol overgave wordt er gedanst, zoals dat hier overal de gewoonte is. Vol passie. Havana en ik bruisen van het leven.

Afgeleefde gevels door het zout

Callejón de Hamel is een klein steegje, maar absoluut de moeite waard. De muren staan hier vol met graffiti. Het idee komt van de Cubaanse kunstenaar Salvador González Escalona. In 1990 startte hij een project de Afrikaanse invloeden op de Cubaanse cultuur te laten zien. Volgens hem was het slavenverleden een belangrijke factor op het eiland. Dus bewerkte hij urenlang de muren in dit steegje met talrijke sprekende graffitiwerken. Toeristen komen zich hier vergapen, maar locals komen hier om een praatje te maken en een drankje te doen.

Langs wegen, op gevels, op T-shirts en zelfs op hoeden … zie je leuzen van communistische leiders als Fidel, Raúl of Che Guevara, over de grandeur van het communisme. De Cubanen worden door de overheid in de gaten gehouden. Ik zal wellicht niet snel een negatief woord over ‘el comandante’ (Fidel) horen. En trouwens, als je weet hoeveel strijd de Cubanen hebben moeten voeren om onafhankelijk te worden van de Spanjaarden, Engelsen èn de Amerikanen, dan begrijp je wel waarom ze respect voor die man hebben. Het leven onder zijn (nu zijn broer Raúl’s) leiding is niet makkelijk, maar wel stabiel.

Plaza de La Revolution. Hier sprak Fidel in zijn tijd het volk toe met 8 uur durende speeches. Geen mooie plek om te zien maar wel een historische plek. We reden verder door New Havana en Vedado om vervolgens langs Hotel Nachional te rijden. Hotel Nachional staat bekend als het hotel waar voor de revolutie de grote maffiabazen langs kwamen om in het casino te spelen. De casino is inmiddels verdwenenen, net zoals de maffiabazen. Het hotel bestaat nog steeds en voor zo’n 150 euro per nacht kun je hier overnachten. Om een beeld te krijgen. Een gemiddelde Cubaan verdient 20 euro in de maand.

Che Guevara

Centro Habana is niet het gedeeltelijk gerestaureerde en mooi ogende Habana Vieja (door UNESCO uitgeroepen tot Werelderfgoed) noch het ruimer in het pak zittende Vedado, met zijn tienvoud aan gebouwen die moeiteloos de vergelijking met de Cogels-Osylei aankunnen. Nee, Centro Habana ligt aan het drukste deel van de wereldberoemde boulevard naast de oceaan, de Malecón, maar lijkt om de een of andere reden een onterecht vergeten en verwaarloosde wijk van de hoofdstad.

Tips moet je volgen en dus ook in Havana flaneren langs de Malecon, een “boulevard”, in de volksmond ‘de grootste sofa ter wereld’, ongeveer 8km langs het water, waar de gevels van de oude gebouwen afgeleefd zijn door het zout van het water. Zeer cool beeld, en het prachtige licht van de ondergaande zon maakte het alleen maar mooier. Vissers, peanutverkopers, verliefde koppeltjes, en natuurlijk de klassieke Amerikaanse dikke bakken… Blijkbaar moet je op onstuimige dagen met een nat pak rekenen, want dan spat het zeewater metershoog over de ballustrade. Volgens ‘insiders’ staat het record op 44 meter, zo hoog als de nabijgelegen vuurtoren.

Sla ergens een zijstraatje in en je belandt pardoes in een monumentale stad met barokke gebouwen die door een een natuurramp of een oorlog jaren geleden zou verlaten zijn geweest, compleet in verval is geraakt en stilaan door de natuur wordt ingepalmd. Enigste verschil met dit doemscenario is dat hier geen zombies, aliens of moorddadige bendes rondwaren, maar dat de straten worden bevolkt door lieve families met kindjes, dominospelers, oude mensen met een kapotte kruk en handelaars van alles en om het even wat.

Als ik door de vele calles loop besef ik maar weer eens hoe zeer het leven zich hier op straat afspeelt. Keuvelen met de buren. Koopwaar venten vanaf een houten kar. Zittend in de deuropening of op een richeltje de dag doornemen. In de straten klinkt hoefgetrappel. De paardenkar slingert van links naar rechts over de brede straten, alvorens in te voegen op de weg. Een vrouw hangt loom over het randje van haar balkon en kijkt alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Alles schijnt mogelijk te zijn in Cuba.
Dames op het balkon

Het Museo de Ron. Zien hoe één van de belangrijkste drankjes ter wereld wordt gemaakt. Ook de diverse soorten komen aan bod, net als het proeven. Een verplicht nummer voor liefhebbers van de rum, maar ook van mojitos.

Nog maar net hier en nu al merk ik dat het land 2 gezichten heeft, één voor de toeristen en één voor de inwoners. En de staat probeert deze twee zoveel mogelijk gescheiden te houden. Tot 1997 mochten toeristen zelfs niet vrij rondreizen en als Cubanen toch contact hadden met toeristen, konden zij zonder gegronde reden worden opgepakt.
Tot 100 jaar geleden was Cuba een kolonie van Spanje. Het waren de Spanjaarden die in de loop der eeuwen honderdduizenden slaven uit Afrika naar het eiland brachten. Een smeltkroes, die voor velen bittere armoede betekent zeker sinds de Soviet Unie uiteen is gevallen en uit die hoek weinig steun komt.

Op een markt zie je alleen de levensnoodzakelijke dingen. Begrijpelijk want niemand verdient hier meer dan 25 CUC per maand, ook artsen en professoren niet. Er zijn ook winkels voor de inwoners, waar je 1 schroef, 1 schoen (ja ja 1, dus geen paar) winkelwijs geschapt naast 1 helm. Geen grote keuze dus. En er zijn winkels voor de toeristen. Rarara wat je daar kan kopen met je CUC’s.
Cubanen proberen geld te verdienen aan de toeristen. Geef ze eens ongelijk. Volgens Fidel Castro zijn toeristen ‘goud’. Wil je meer lezen over dit geld, hopelijk in een latere blog want internet is hier schaars.

Een stevig pafke:

Een stevig pafke

Je komt ze regelmatig tegen in Havana; rijkelijk versierd en behoorlijk opgedofte vrouwen met een flinke sigaar in de mond. Ze willen graag poseren om er flink geld voor te vangen. Het aansteken van de sigaar maakt de foto’s nog duurder, want dan brandt ie op.

Cruising La Habana in een ‘uitgeholde sinaasappel met stuur’, drie wielen en een ronkend motortje, met plek voor drie, de ‘Coco Taxi’… het was geweldig om de ‘eclectische’ architectuur (van Spaans-koloniaal tot Renaissance) te bewonderen. Op het Plaza de la Catedral zie je overal de indrukwekkende koloniale architectuur. Ik begrijp waarom het centrum van Havana op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO staat.

Coco taxi

En de Nederlanders in mijn gezelschap, ik ben weer de enige die ons Belgenlandje vertegenwoordigd, voelen zich toch een beetje thuis, want hier rijden veel afgedankte Nederlandse bussen rond.

OK, I plead guilty, deze blogpost is al veel langer dan waar jullie op zaten te wachten. Vergeef me mijn enthousiasme maar, ik weet nu al dat Cuba een land is dat zich leent tot omwegen, zijstraatjes en ongeplande ontboezemingen. Te quiero con todo mi corazón.

Adiós de Havana, een kleurrijke swingende stad.

No Comments

Leave a Reply

About Me

Viv

Het gezicht achter ‘About me’ ben ik, Viv. Mijn dagelijkse bestaan vult zich als leerkracht in het middelbaar onderwijs, familie en vrienden. Ik heb 2 volwassen kinderen die nu hun eigen dromen en avonturen leven. Ìk heb ondertussen een koffer vol levenservaring en probeer mijn hart te volgen. Sinds een paar jaar hoort fotografie en schrijven tot mijn 'basisuitrusting'; de vertaalslag van innerlijk naar het dagelijks bestaan. Ik reis graag af naar andere oorden, waar ik fotografeer en wat woorden krabbel op mijn hart, waar ik dan een reisverhaal van brei. Ik deel mooie plekjes, belevenissen en persoonlijke momenten. Ik vertel verhalen recht uit mijn hart. Voor mij zijn mijn verhalen belangrijk als herinnering en hopelijk kunnen ze jou inspireren. Read More

Viv

SUBSCRIBE TO OUR MAILING LIST

Get the news right in your inbox!

POPULAR TOPICS

×
Copied!